Zolang je geen eigen domein hebt ingesteld, vertrekt je post vanaf een adres van het platform, met de naam van je werkruimte ervoor. Dat werkt, maar je eigen adres in de afzender leest beter en helpt je bezorging.
Je regelt het onder Instellingen → E-mail → Verzenden. Je hebt er toegang tot de DNS van je domein voor nodig.
Vul bij Verzenddomein registreren je domein in en, als je wilt, een Weergavenaam: de naam die ontvangers voor het adres zien.
Overweeg een subdomein zoals mail.jouwbedrijf.nl in plaats van je kale domein. De reputatie van dat subdomein staat dan los van de post die je collega's dagelijks versturen.
Na het registreren toont het scherm de records die je in je DNS zet, in drie groepen.
Eigendomsbewijs. Eén TXT-record waarmee jouw werkruimte aantoont dat dit domein van haar is. De handtekeningrecords hieronder bewijzen dat iemand het domein beheert, maar niet wie. Dit record zegt wie.
Ondertekening. Drie CNAME-records. Daarmee kan een ontvangende server vaststellen dat de post echt van jou komt. Ze worden als één geheel beoordeeld, dus twee van de drie is hetzelfde als geen.
Retourpad. Twee records op een subdomein, zodat een bounce bij ons terugkomt in plaats van bij de mailprovider, en het adres dat de ontvanger ziet overeenkomt met het adres dat ervoor instaat. Let op: op zo'n subdomein mag precies één MX-record staan. Staat er al een van iets anders, zet die van ons dan in de plaats. Met twee komt de verificatie nooit rond en de reden wordt niet gemeld.
Bij elk record staat wat we ervan zien: Gevonden en goedgekeurd, Nog niet gevonden, Afgekeurd of Kon niet gecontroleerd worden.
De controle loopt vanzelf. De meeste DNS-partijen publiceren binnen enkele minuten, sommige doen er een paar uur over. Wil je niet wachten, gebruik dan Status controleren.
Tot het domein geverifieerd is, blijft je post gewoon uitgaan, vanaf het platformadres. Er valt niets stil.
Gaat een record later verloren, dan ziet het scherm dat en valt de verzending terug op het platformadres tot het record er weer is.
Een geverifieerd domein is nog geen adres. Onder Afzenderadressen maak je met Adres toevoegen het adres aan waar je post vandaan komt: je vult in wat er vóór het @-teken staat en eventueel een weergavenaam.
Zonder afzenderadres kun je geen campagne versturen. Een adres dat nog door een campagne gebruikt wordt, kun je niet verwijderen; wijs die campagne eerst een ander adres toe.
Dit scherm gaat alleen over post die de deur uitgaat. Wil je ook post ontvangen op je eigen domein, dan stel je dat apart in onder Instellingen → E-mail → Ontvangen. Die twee gebruiken verschillende subdomeinen en mogen elkaar niet in de weg zitten.